Tagarchief: CEDAW

New developments – follow-up case De Blok et. all vs the Netherlands, Factsheet Dutch CEDAW Network November 2016

Factsheet Dutch CEDAW Network November 2016

New developments – follow-up case De Blok et all vs the Netherlands  (Optional Protocol CEDAW/C/57/D/36/2012).

1. Immediately after the verdict of the District Court Midden-Nederland the UWV, the Employees Insurance Agency, after consultation with the Ministry of Social Affairs, appealed to the verdict (29 September 2016).

  1. On November 3 2016 the UWV submitted its arguments for the appeal (apparently again after consultation with the ministry).
    With respect to CEDAW the document reads on p. 3:
    It is correct that CEDAW in several publications has expressed the opinion that the scope of art. 11 (02) (b) is broad, and includes self-employed women. Remarkable, however, is that CEDAW never motivated this claim. Nor has CEDAW ever explicitly contested the arguments that art. 11 (2) (b) does not related to self-employed persons and does not in itself impose an obligation to pride for a public benefit scheme for this particular group.
    A view (judgement) that lacks any motivation cannot, in our view, be considered as an authoritative view from any organisation
    .[1]
    In addition we note that it is not the mandat of CEDAW to provide interpretation of the articles of the Convention on the Elimination of all forms of discrimination against women. [2]

(translated by the Network)

  1. Situation of 6 authors: all applied for a maternity benefit.
  2. one received it from the Employee Insurance Institute UWV (sept. 2015)
  3. two did no receive a maternity benefit, their appeal was turned down by UWV, District Court Amsterdam gave a negative verdict,
  4. one did no receive a maternity benefit, her appeal was turned down by UWV, District Court Midden-Nederland’s verdict was that UWV should supply a maternity benefit, UWV refuses and appealed to the verdict at the Central Appeals Court
  5. two applied for a maternity benefit at UWV; they did not receive any written answer to this request (UWV is silent for more than a year). This is the reason these two cannot appeal (there is no decision to appeal to).Footnotes:
    [1] The court had written “ an authoritative view, since CEDAW is an international committee on women’s rights issues”  (point 17 judgement)
    [2] UWV refers in a footnote to: http://un.org/womenwatch/daw/cedaw/committee, and http://www.ohcr.org/EN/HRbodies/CEDAW/pages/Introduction.aspx

 

 

Previous references:
* Shadowreport 2.0 para 2 + Annex para 4

* Nederlands Institute for Human Rights October 2016 p. 1, January p. 2
[1] The court had written “ an authoritative view, since CEDAW is an international committee on women’s rights issues”  (point 17 judgement)

[2] UWV refers in a footnote to: http://un.org/womenwatch/daw/cedaw/committee, and http://www.ohcr.org/EN/HRbodies/CEDAW/pages/Introduction.aspx

Infosheet Algemene aanbeveling No. 32 Gendergerateerde dimensies van vluchtelingenstatus en asiel

Algemene aanbeveling No. 32 Comité voor de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen

Gendergerelateerde dimensies van vluchtelingenstatus, asiel, nationaliteit en statenloosheid van vrouwen

Infosheet GR 32 in PDF

Het VN-Vrouwenverdrag (1979) is een van de meest geratificeerde mensenrechtenverdragen van de VN. Het Verdrag verbiedt alle vormen van discriminatie van vrouwen, zowel in de wet als in de praktijk. De uitvoering ervan wordt bewaakt door het toezichthoudende comité voor de Uitbanning van Discriminatie van Vrouwen (CEDAW). Verdragsstaten zijn verplicht elke vier jaar over de voortgang te rapporteren..

CEDAW publiceert regelmatig algemene aanbevelingen om bepaalde verdragsartikelen nader te duiden of richting te geven om actuele problematiek van vrouwen aan te pakken. Het doel ervan is de verdragsstaten handvatten te geven om het Verdrag goed te implementeren. Deze behoren in hun vierjaarlijkse rapportage expliciet over de uitvoering ervan te rapporteren.

In algemene aanbeveling No. 32 (november 2014) gaat het Comité specifiek in op de gendergerelateerde dimensies van de vluchtelingenstatus, asiel, nationaliteit en statenloosheid. Het Comité roept de verdragsstaten op tot een meer genderbewuste aanpak in het vluchtelingenbeleid en in de nationaliteitswetgeving. Daarbij wordt verwezen naar de artikelen 1-5, 9-13, 15 en 16 van het VN-Vrouwenverdrag. Het Comité refereert tevens aan de algemene aanbeve­lingen No. 19 (geweld tegen vrouwen), No. 25 (tijdelijke speciale maatregelen), No. 26 (vrouwelijke arbeidsmigranten), No. 28 (kernverplichtingen uitbanning alle vormen van discriminatie van vrouwen) en No. 30 (vrouwen voor, tijdens en na conflictsituaties).

Het Comité put ook uit de verplichtingen die voortvloeien uit internationale en regionale mensenrechten- en vluchtelingenverdragen. Met name worden genoemd de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, art 14 (recht op asiel), het VN- Vluchtelingenverdrag 1951 en aanvullend protocol 1967, het Verdrag inzake Staatloosheid 1954, het Verdrag ter beperking van Staatloosheid 1961 en het nonrefoulement­beginsel in het Verdrag tegen Foltering en Andere Wrede, Onmenselijke en Onterende Behandeling of Bestraffing (art. 3), het Vluchtelingenverdrag (art. 3) en het Verdrag inzake Politieke en Burgerlijke Rechten (art 6-7). Tot slot wordt verwezen naar algemene aanbeveling No. 2 van het toezichthoudende Comité van het Verdrag tegen Foltering en Andere Wrede, Onmenselijke en Onterende Behandeling of Bestraffing (CAT) waarin expliciet de verplichting tot preventie en bescherming van slachtoffers van gendergerelateerd geweld, zoals verkrachting, huiselijk geweld, vrouwelijke genitale verminking en vrouwenhandel wordt benoemd.

Gendergerelateerde aspecten vluchtelingenstatus en asiel
Gendergerelateerde vervolging is vervolging vanwege het vrouw of meisje zijn of waar vrouwen en meimeisjes disproportioneel vaker slachtoffer van zijn. Het Comité adviseert verdragsstaten om gendergerelateerde asielaanvragen in te delen onder de vervolgingsgrond “lid van een bepaalde sociale groep” en sekse/gender en seksuele oriëntatie op te nemen als grond voor asiel in het vluchtelingenbeleid.

Het Comité wijst erop dat discriminatie en vervolging op grond van sekse/gender vaak samengaat met andere discriminatie, zoals naar etniciteit, nationaliteit, achtergrond, gezondheid of sociaaleconomische positie (intersectie van discriminatiegronden).

Verdragsstaten zijn verplicht om vrouwen en meisjes te beschermen tegen (gendergerelateerde) vervolging. Daarbij moeten ze een proactieve houding in nemen en met de nodige zorgvuldigheid maatregelen treffen op terrein van preventie, onderzoek, ondersteuning. Zo mogelijk moeten ze zorgen voor herstel en het vervolgen en straffen van daders (due dilligence). Verdragsstaten hebben tevens de verplichting om te zorgen dat private actoren (bedrijven, instellingen, organisaties, buren en familie) de rechten van vrouwen en meisjes niet schenden.

Gedurende de hele asielprocedure (aanmelding, opvang, verhoor en beslissing) dient een genderperspectief gehanteerd te worden. IND medewerkers en -beslissers moeten voldoende inzicht in en kennis hebben van de specifieke positie van vrouwen wereldwijd. Vrouwen kunnen niet altijd – direct – aan alle voorwaarden voor asiel voldoen, zoals in het bezit zijn van identificatiepapieren of meteen openheid geven over geweldservaringen in het herkomstland en/of tijdens de vlucht. Vrouwen moeten gehoord worden in een veilige en gendersensitieve omgeving, apart van haar partner en familie en door een vrouwelijke IND medewerker en tolk. Het Comité adviseert om bij de bewijslast van de asielaanvraag vrouwen het voordeel van de twijfel te geven en waarschuwt voor vooroordelen en stereotypen.

In geval van een afgeleide vluchtelingenstatus – van een partner en/of omdat de reden van de vlucht het beschermen van een dochter is tegen vrouwelijke genitale verminking of gedwongen (kind)huwelijk – heeft een vrouw het recht op een zelfstandige verblijfsstatus.

Het Comité benoemt expliciet het nonrefoulementbeginsel: verdragsstaten hebben niet alleen binnen, maar ook buiten eigen grenzen en jurisdictie een verantwoordelijkheid om te zorgen dat vrouwen en meisjes niet – opnieuw – terecht komen in een situatie van vervolging en geweld. Deze verantwoordelijkheid geldt ook ten aanzien van uitgeprocedeerde vrouwen. Het Comité stelt expliciet dat asiel zoeken geen misdaad is en dat detentie of andere strafmaatregelen dus niet aan de orde behoren te zijn.

Andere concrete aanbevelingen van het Comité betreffen onder meer veilige opvangcentra, laagdrempelige en toegankelijke informatie en gratis rechtshulp, mogelijkheden tot psychiatrische hulp en na toewijzing van de asielaanvraag zorgen integratie in de samenleving (huisvesting, opleiding, werk, gezondheidszorg) en bij afwijzing een zorgvuldige procedure voor terugkeer of vestiging in een ander land. Tot slot adviseert het Comité het verzamelen, analyseren en verspreiden van naar sekse uitgesplitste data en trends, voldoende (financiële) middelen en samenwerking met onder meer maatschappelijk middenveld en zelfbelangenorganisaties.

Gelijke rechten in nationaliteit en het voorkomen van statenloosheid
Het Comité maakt zich zorgen over het aantal vrouwen wereldwijd dat het risico loopt om hun nationaliteit te verliezen en stateloos te geraken. Het hebben van een nationaliteit is randvoorwaarde voor volwaardige participatie in een samenleving. Met aanbeveling No. 32 wil het Comité de gelijke rechten van vrouwen in nationaliteitswetgeving bevorderen. Vrouwen moeten dezelfde rechten hebben als mannen om nationaliteit te verkrijgen, terugkrijgen en veranderen en deze door te geven aan partner en kinderen.

Het Comité adviseert verdragsstaten onder meer dubbele nationaliteit toe te staan, het makkelijker maken van het terugkrijgen van de nationaliteit en te zorgen voor geboorteregistratie van alle kinderen, ongeacht verblijfsstatus.

Shadow report Women’s Major Group

Internationaal schaduwrapport uit zorg over wegvallen geldstromen zuidelijke vrouwenorganisaties

Namens maar liefst 46 merendeels zuidelijke vrouwenrechtenorganisaties heeft ook de Women’s Major Group, een vrouwenrechten lobby netwerk op VN-niveau, een schaduwrapportage ingediend bij CEDAW. Ze uiten grote zorgen over de uitkomsten van FLOW II (Funding for Leadership Opportunities for Women 2016-2020) van het Ministerie van Buitenlandse Zaken: er is meer geld beschikbaar, maar dat gaat naar minder organisaties, die geen van allen in ‘the global south’ gevestigd zijn. Bovendien zijn slechts twee van de negen organisaties vrouwenorganisaties.
In 2010 complimenteerde het CEDAW-Comité de Nederlandse regering nog met “the inclusion of funding for women’s rights organisations in iets international assistance programme”. Nu konden er wel eens kritische vragen volgen.

Het schaduwrapport staat op de website van CEDAW . De PDF staat hieronder.

INT_CEDAW_NGO_NLD_22893_E

Schaduwrapportage List of Issues & Questions 2016

Op 20 januari heeft het Netwerk de schaduwrapportage naar het CEDAW-Comitè in Genève verzonden. 56 organisaties hadden het schaduwrapport op die datum ondertekend. Hier vindt u de tekst van het schaduwrapport in PDF.  Hieronder volgt de lijst van ondertekenende NGO’s waar na 20 januari zich nog een aantal bij heeft geschaard.
Het Netwerk zal deze toelichten op maandag 7 maart in een informele sessie van de presessional working group van CEDAW in Genève.

Het schaduwrapport is onderschreven door:

African Sky, Landelijke Organisatie van Oost-Afrikaanse Vrouwen
Amsterdams Coördinatiepunt Mensenhandel
Art.1.Kenniscentrum discriminatie Nederland
Atria, Kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis
COC
Defence for Children-ECPAT Nederland
Dona Daria, Kenniscentrum Emancipatie te Rotterdam
Emancipator voor mannen en emanicipatie
FairWork
Femmes for Freedom
Fischer Advocaten
FNV Vrouw
GWNI, Graduate Women of the Netherlands International
HIVOS
ICCO
Ieder(in) Netwerk voor mensen met een beperking of chronische ziekte
Johannes WierStichting voor Gezondheidszorg en Mensenrechten
LNVH, Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren
Mama Cash
MOVISIE
Nederlandse Vereniging voor Vrouwenbelangen, Vrouwenarbeid en Gelijk Staatsburgerschap
NJCM, Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten
NOOM, Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten
NVR, Nederlandse Vrouwen Raad
Oudere Vrouwen Netwerk Nederland
OXFAM NOVIB
Passage, christelijk maatschappelijke vrouwenbeweging
Proefprocessenfonds Clara Wichmann
Proud, Belangenvereniging voor sekswerkers in Nederland
RESPECT Network NL
Rights 4 Change
Shop Hulp en Opvang prostitutie en mensenhandel
Soa Aids Nederland
SONPPCAN (Somali Network Prevention and Protection
Child Abuse/Neglect)
Sophiedela (Afro-European Women’s Movement)
Sticting Los
SWexpertise
TAMPEP International Foundation
TIYE International
TNN, Transgender Netwerk Nederland
VAM, Stichting Vrouwen en Arbeidsmarkt
Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann
Vluchtelingenorganisaties Nederland
VNVA, Vereniging van Nederlandse Vrouwelijke Artsen
Vrouwen van Nu
VVAO, Vereniging voor hoger opgeleide vrouwen
Wemos Foundation
WGNRR (Women’s Global Network for Reproductive Rights)
Wij Vrouwen Eisen
WILPF Dutch Section
WO=MEN, Dutch Gender Platform
Women for Water Partnership
WOMEN Inc
Women on Waves
Women Peacemakers Program
YWCA-NL

 

ShadowReportCEDAW2016

Op 22 januari heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRM) zijn rapportage naar Genève verzonden. Het CRM zal deze toelichten op maandag 7 maart in de informele sessie van de presessional working group van CEDAW die volgt op de informele sessie voor NGOs.