Tagarchief: vluchtelingenvrouwen

Engelstalige samenvatting GR 30 Women in conflict prevention, conflict and post-conflict situations

Women in conflict prevention, conflict and post-conflict situations

factsheetGR30_def_PDF

Recommendations of the CEDAW-Committee

The UN Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women (CEDAW) is ratified by almost all member States of the United Nations. The implementation of this Convention is monitored by the Committee on the Elimination of Discrimination against Women (the Committee). The States parties that have ratified the Convention are required to report every four years to this Committee about the state of the art of the implementation of the Convention in their countries.

The Committee publishes regularly so called General Recommendations (GR) in order to provide directions for States parties how to interpret the Convention on current issues. Also the Committee provides GR’s for issues of concern that emerge from four-yearly reports from States parties.

In this factsheet some highlights of General Recommendation no 30 (2013) on women in armed conflict prevention, conflict and post-conflict situations are summarized.

Since 2000 the Security Council (SC) of the UN has adopted several resolutions on the issue of Women, Peace and Security: SC resolutions 1325 (2000), 1820 (2008), 1888 (2009), 1889 (2009), 1960 (2010) and 2106 (2013). By adopting these resolutions the SC recognizes the impact that armed conflicts have on women and girls in particular (f.i. sexual violence) and the necessity of women’s equal participation and representation at all decision making levels, including negotiations, on the prevention, management and resolution of armed conflicts and the redevelopment in the post-conflict phase.

GR 30 deals with the application of the Convention to these SC resolutions. It covers several conflict situations, such as international and non-international armed conflicts, situations of (foreign) occupation, internal disturbances, civil and political strife, ethnic and communal violence, war against terrorism and organized crime – that result in serious violations of women’s rights.

In several paragraphs of GR30 (i.a. 5, 10, 15, 17)  the Committee reiterates that in conflict situations too States parties to the Convention are required to protect all women against violence and violations of their human rights, not only committed by state actors but also by non-state actors (private individuals, terrorists or armed groups).

The Committee emphasizes that women are not only victims or passive bystanders. Often they have a role as combatants, as part of organized civil society, human rights defenders, members of resistance movements and as active agents in peacebuilding and recovery processes.

State parties should be aware of dissimilarities among women when it comes to their status as citizens or “non-citizens”. The latter being refugees, asylum-seekers, internally displaced women and stateless women.

States parties are required to address the human rights and distinct needs of all women and girls, without regard to their status, descent or age.

Also States parties are repeatedly urged to involve non-governmental organizations and representatives of civil society, committed to the human rights of women, in all levels of decision making on the implementation of GR 30 in particular and the Convention and the SC agenda in general.

The Committee calls upon States parties to the Convention to implement the entire Security Council agenda on Women, Peace and Security:

Ensure that national action plans and strategies to implement Security Council resolution 1325 (2000) and subsequent resolutions are compliant with the Convention, and that adequate budgets are allocated for their implementation (GR 30 para 28a)

Moreover, the Committee urges States parties to include sufficient information in their four-yearly reports on the application of the Convention to conflict prevention, conflict and post-conflict situations.

Each recommendation of GR 30 is linked to one or more articles of the Convention, concerning issues like trafficking (art. 6), political and public participation (arts 7-8), nationality and statelessness (arts. 1-3 and 9) and access to justice (arts. 1-3, 5 (a) and 15).

Para 65 of GR 30 elaborates on articles 15 and 16 of the Convention – Marriage and Family relations. States parties are thus recommended to:

Prevent, investigate and punish gender-based violations such as forced marriages, pregnancies, abortions or sterilization of women and girls in conflict-affected areas;

Adopt gender-sensitive legislation and policies that recognize the particular disadvantages that women face in claiming their right to inheritance and their land in post-conflict contexts, including the loss or destruction of land, deeds and other documentation owing to conflict.

In this way States parties are given guidance how to accomplish a “merger” of the SC resolutions with the Convention on the Elimination of All Forms of Discrimination against Women.

References
www.ohchr.org/EN/HRBodies/CEDAW/Pages/CEDAWIndex.aspx
www.ohchr.org/EN/HRBodies/CEDAW/Pages/Recommendations.aspx

 

Verslag Expert-meeting migratierecht, Netwerk VN-Vrouwenverdrag en de Werkgroep Migratierecht VVR, 15 juni 2015

Expert-meeting migratierecht, Netwerk VN-Vrouwenverdrag en de Werkgroep Migratierecht VVR

15 juni 2015, Everaert Advocaten Amsterdam

Status werkgroep migratierecht
De werkgroep is officieel een werkgroep van de VVR. De werkgroepen zijn open voor alle geïnteresseerden. Dit levert mooie discussies op tussen juristen en niet-juristen.

Mededeling vooraf: Gefinancierde rechtsbijstand
Jeanette Kruseman heeft een klacht bij het CEDAW ingediend namens een vrouw die werd uitgebuit binnen een arbeidsverhouding in de prostitutiebranche. Ze kon nergens terecht omdat ze nog niet mocht werken. Klacht gaat niet over verblijf, maar om sociale voorzieningen. Er komt of inhoudelijke behandeling of de behandeling wordt uitgesteld.

Presentatie verblijfsrechtelijke consequenties inburgeringsplicht van Elles Besselsen

Elles heeft onderzoek gedaan met Betty de Hart over de ‘Verblijfsrechtelijke consequenties van de inburgeringsplicht’. Dit onderzoek betreft niet specifiek vrouwen, maar is wel relevant voor vrouwen. Betty is hoogleraar migratierecht aan de UvA en zij speelde al langer met de vraag of het verplichte inburgeren niet tot problemen met voortgezet verblijf zou leiden. Er bestaat niet veel jurisprudentie over dit onderwerp.

Wet inburgering stamt uit 1998. Inburgering werd in den beginne ingevoerd als een inspanningsverplichting. Dat was het geval tot 2007. Sinds 2010 zijn er ook gevolgen verbonden aan de inburgeringsplicht voor het verblijfsrecht. Sinds 2010 krijgt men geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als hij/zij niet slaagt voor het examen.

Onderzoek focuste op kwantitatieve (hoe vaak, cijfers IND?) en kwalitatieve (wat zijn de gevolgen, 39 interviews met migranten in Amsterdam) aspecten.

In 2010 zijn de aanvragen voor verblijfsvergunning onbepaalde tijd drastisch gedaald. Inwilligingen daalden ook. Aanvragen voor voortgezet verblijf zetten ook een daling in in 2010, maar daar blijven de percentages redelijk stabiel.

Verklaring voor deze cijfers? INDIAC noteert dit niet. Daling van migranten kon het niet verklaren, verscherping openbare orde vereisten niet, keuze naturalisatie niet.

Verblijfsrechtelijke gevolgen:
Informatie en bewustzijn: veel mensen waren niet op de hoogte van het feit dat het criterium zo strikt wordt toegepast.
Taakverdeling gemeente- IND: De gemeente geeft niet goed aan dat zakken voor de inburgering consequenties heeft voor de verblijfsvergunning terwijl de gemeente wel verantwoordeijk is voor de inburgering.
Voortgezet verblijf (personen verblijfvergunning afhankelijk partner): Mensen zijn vaak niet bezig met die voortgezette verblijfsvergunning. Als het onverwachts misgaat, krijgen deze personen problemen met name als je nooit inburgering hebt gedaan.

  • Verblijfsrechtelijke consequenties komen wel degelijk voor; niet iedereen kan aan inburgeringsvereisten voldoen. 1600 van 7000 mensen inburgeringsplichtig in Amsterdam na 5 jaar niet gehaald.
  • Je kunt je verblijfsrecht helemaal verliezen als je geen voortgezet verblijf hebt en gaat scheiden.
  • De vraag is waar deze mensen blijven, want er bestaat niet veel jurisprudentie over.
  • De informatievoorziening m.b.t. verblijfsrechtelijke consequenties is onvoldoende.
  • Afschrikkende werking van verblijfsrechtelijke consequenties werkt niet om iedereen beter te laten inburgeren. Voor mensen die amper in hun levensonderhoud kunnen voorzien heeft het een averechtse consequentie.

Wijziging 1 januari 2013

  • Rol gemeentes uitgespeeld
  • De wijziging geldt alleen voor nieuwkomers
  • Korter, binnen 3 jaar i.p.v. 3,5 jaar
  • Geen praktijk

Ingrijpende wijziging, naast geen onbepaald verblijf, geen zelfstandig voortgezet verblijf, kan dit nu ook een reden worden om een aanvraag verlening bepaalde tijd af te wijzen en om verblijfsvergunning bepaalde tijd in te trekken.

Vanaf 2016 (na 3 jaar inburgering) kunnen de consequenties beter overzien worden. De termijn kan verlengd worden als mensen niet verwijtbaar niet aan de plicht kunnen voldoen.

De verwachting is dat alles niet zo’n vaart zal lopen en dat mensen hun vergunning niet verliezen. Het onderzoek toont aan dat dit de vorige keer ook gezegd werd en dat dit dus niet waar is. Alles wat wettelijk geoorloofd is, wordt door de instanties in de praktijk gebracht. Het hangt altijd als een dreiging boven je hoofd.

Conclusie
Inburgering kan bijdragen aan integratie maar resultaatsverplichting en verblijfsrechtelijke gevolgen kunnen averechtse werking hebben:

  • Inburgering niet alleen verantwoordelijkheid van de migrant
  • Behalen inburgeringsexamen mag geen voorwaarde zijn voor aanvraag/verlenging verblijfsvergunning
  • Niet behalen inburgeringsexamen mag geen grond zijn voor intrekken verblijfsvergunning

Discussie

  •  Er wordt soms gestelt dat het verplicht stellen van inburgering ook goed kan zijn voor emancipatie migrantenvrouwen. Onderwijzers van inburgeringscursussen vinden het een goede stok achter de deur om mannen die niet meewerken aan de inburgering van hun vrouw te bewegen dat wel te doen.
  • Laatst heeft het Hof uitspraak gedaan m.b.t. langduring ingezetenen en het inburgeringsexamen. Volgens het Hof mag het wel een eis zijn als het niet het doel van de richtlijn in gevaar brengt.
  • Welke groepen zijn uitgezonderd? Europeanen, Turken, arbeidsmigranten, zodra je onder de richtlijn valt ben je uitgezonderd.
  • Vera: Er is een groep van mensen die al 10 jaar hier legaal verblijf hebben met kinderen. Er wordt gezegd dat iemand zich op 8 EVRM kan beroepen. Zonder begeleiding gaat de IND dan over op het maken van een belangenafweging en dan is het maar de vraag hoe dit uitvalt. Als je geen kinderen hebt, moet je het bestaan van een privéleven aantonen. Dit alles vergroot de afhankelijkheid van partner/ex-partner.
  • Petra: Meerderheid vrouwen zegt niet erg te vinden een afhankelijke verblijfsvergunning te hebben, is dit misschien een sociaal wenselijk aantwoord? Elles: Veel snappen de vraag niet precies. Vaak vindt degene die zelfstandig is het heel belangrijk dat de partner niet afhankelijk is. Je kunt niet scheiden zonder je partner het land uit te zetten. Dat geeft natuurlijk een enorme verantwoordelijkheid.
  • Interessant is verschil in periodes , 20 jaar geleden vond de VVD een zelfstandige verblijfsvergunning een randvoorwaarde voor integratie. VVD helemaal gekanteld, anti-vreemdelingenbeleid. Hoe ver kun je gaan? Wordt Nederland teruggefloten door het Europese Hof? Het Hof stelt dat als je de status hebt van langdurig ingezetene, een land de verblijfsvergunning niet kan intrekken. Hof heeft gezegd inburgering wel een voorwaarde mag zijn om een verblijfsvergunning te krijgen.
  • Petra: Istanbulverdrag is goedgekeurd door de Tweede kamer. PvdA heeft vragen gesteld over het afhankelijk verblijfsrecht n.a.v. dit verdrag. Ook CRM heeft erover geschreven. Misschien is de tijd rijp voor extra onderzoek.
  • Uitzonderingsbeleid – geweld (topje ijsberg, hoeveel vrouwen proberen tijd binnen het huwelijk te rekken om toch de verblijfsvergunning te krijgen met alle gevolgen vandien zoals escalatie van het geweld).
  • Wat doet afhankelijkheid met emancipatie? In het geval van het afhankelijk verblijfsrecht zijn partners juridisch afhankelijk en dus niet alleen psychologisch en sociaal-economisch – CEDAW vindt dit misschien belangrijk

Vrouwen met kinderen

  • Een vergunning op basis van Artikel 8 EVRM is maar een tijdelijke vergunning die jaarlijks verlengd wordt. Als kinderen meerderjarig worden, wordt het een belangenafweging of de ouder mag blijven.
  • Machtsmisbruik, mannen die vragen of hun vrouw kan worden uitgezet aan IND, IND doet niet veel, Raad voor de Kinderbescherming wordt gecontact en vervolgens staat de vrouw op straat
  • Als je opvang of kinderbijstand wilt, wordt er gedreigd kinderen af te pakken. Kinderen kunnen wel geholpen worden (Kinderverdrag), maar vrouwen niet. Moeder verblijft dan illegaal en heeft een omgangsregeling. Niet de IND is verantwoordelijk, maar jeugdzorg en gemeente.
  • Deze problemen met kinderen maakt vrouwen extra kwetsbaar, maar ook enkele mannen.
  • Er bestaat een reëele dreiging dat deze vrouwen in de prostitutie gaan. Vrouwen die alleen op straat leven maken grotere kans slachtoffer te worden van mensenhandel. IND adviseert hen te groeperen.
  • De gemeente weet van deze gevallen, maar ziet dit niet als reden om opvang te geven.
  • Informele zorg en voorzieningen hebben het moeilijk. Dit komt bovenop het feit dat steeds meer vrouwen illegaal op straat komen. Dit hangt samen met bed-bad-brood regeling.
  • Er wordt een scheiding gemaakt huiselijk geweld (gemeente), slachtoffer mensenhandel (rijk). Bij het rijk kom je niet binnen zonder aangifte.

Genderspecifieke elementen afhankelijk verblijfsrecht en inburgering?

Uit onderzoek blijkt niet heel nadrukkelijk dat het voor vrouwen een veel groter probleem is dan voor mannen. Verblijfsvergunning afhankelijkheid vrouw van man gaat vaker gepaard met een financiële afhankelijkheid. Mannen gaan eerder aan het werk en kunnen dus bijdragen aan het inkomen.
Echter, 75 % van de personen die gebruik maken van gezinsmigratie zijn vrouwen, dus het is een simpele rekensom.
Mannen mogen niet vaker dan één keer met een buitenlandse vrouw trouwen. Dit leidt tot nog meer repressie.

Wat voor vragen moeten de schaduwrapporteurs stellen m.b.t. het afhankelijk verblijfsrecht?

Er zijn nieuwe beleidsontwikkelingen, ze moeten de gevolgen onderzoeken. IND heeft geen cijfers, maar zelfs al hadden ze cijfers, dan zouden die ook niet alles zeggen, want een grote groep vrouwen is onzichtbaar, omdat ze niet aan de inburgering beginnen.

Sociaal-economische-culture rechten: je mag geen stappen achteruit zetten. Vrouwenverdrag is een conglomeraat van allerlei rechten. Je zou kunnen beargumenteren dat Nederland achteruit gaat qua bescherming van vrouwen.
Istanbulverdrag zou aangehaald kunnen worden, dit richt zich op het voorkomen van huiselijk geweld.
Deze aanscherping van de voorwaarden voor het afhankelijk ver blijfsrecht past in een pakket van maatregelen tegen huwelijksdwang; voorkomen schijnrelaties, veel huwelijken eindigden na drie jaar in een scheiding. Toch wordt het belang van de bescherming van vrouwen op deze manier uit het oog verloren.
De overheid stelt dat er sprake is van genderneutraal beleid, maar de argumentatie is wel genderspecifiek, namelijk de bescherming van vrouwen. Dit botst.

Marjan: punten voor schaduwrapportage

  • Voortgezet verblijf, verlengen periode
  • Positie ongedocumenteerde vrouwen

Beleid huiselijk geweld en het afhankelijk verblijfsrecht
Beleid huiselijk geweld, lijkt aangescherpt te zijn, bewijslast hoger. Vroeger was melding voldoende, nu moet er minimaal aangifte gedaan worden. IND verwacht ook vervolging, of opname blijf-van-mijn-lijf-huis, of instanties moeten geweld documenteren (objectieve middelen). Deskundige moet vaststellen dat er huiselijk geweld plaats heeft gevonden tijdens de relatie (verschil beleid en praktijk)

Dit is niet in lijn met de algemene aanpak van huiselijk geweld. Reclassering i.p.v. strafrecht. Er is sprake van botsend overheidsbeleid m.b.t. tot dit onderwerp wat betreft het migratiebeleid en het beleid aangaande huiselijk geweld.
Politie neemt vrouwen soms niet serieus als ze aangifte doen van huiselijk geweld. De uitzondering van huiselijk geweld is heel lastig te effectueren in het algemeen.
In de brief van de minister over gezinsmigratie ontbreken alle cijfers. En bepaalde stellingen zijn niet onderbouwd.

Overige onderwerpen

 Vluchtelingenvrouwen
Vluchtelingenvrouwen komen vaak later dan hun man. Deze vrouwen hebben keuze om eigen status aan te vragen of een afhankelijke verblijfsvergunning. Zelfde problematiek en bovendien is de veiligheid in asielzoekerscentra minder. (Voor meer info, contact VON en onderzoek Transact).

Arbeidsmigratie
Arbeidsmigratie (indirecte discriminatie kennismigranten vaak maken en lager geschoolde werknemers vaak vrouwen). Nederland weigert het verdrag m.b.t. domestic workers te tekenen. Er dient bezorgdheid over deze ontwikkeling geuit te worden.

Issues

  • Inburgeringsvereisten, huiselijk geweld
  • Ongedocumenteerde vrouwen
  • Vluchtelingenvrouwen
  • Arbeidsmigratie en vrouwen
  • Illegale moeders Nederlandse kinderen (Stichting Los, Defence for Children) Ruiz Sambrano, illegale moeders met illegale kinderen