Menu Sluiten

Hoger beroep bij Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State

Op 2 februari 2026 heeft de minister van Buitenlandse Zaken hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak van Rb Den Haag in december 2025, waarin aan artikel 9 lid van het VN-Vrouwenverdrag rechtstreekse werking was toegekend. Voornaamste grief dat artikel 9 tweede lid geen rechtstreekse werking toekomt. Eiser had een beroep op artikel 9 lid 2 gedaan omdat zijn moeder haar Nederlandse nationaliteit was kwijt geraakt wegens huwelijk met zijn niet-Nederlandse vader. Later herkreeg de moeder haar Nederlandse nationaliteit, maar omdat eiser in de tussentijd geboren was kon hij daar geen rechten aan ontlenen. Artikel 9 lid 2 bepaalt dat vrouwen op gelijke voet als mannen hun eigen nationaliteit moeten kunnen doorgeven aan hun kinderen.
CEDAW heeft tijdens de mondelinge dialoog met de Nederlandse regeringsdelegatie op 6 februari 2026 opheldering gevraagd. Uit de Concluding Observations van 27 februari 2026 blijkt dat de uitleg naar het oordeel het het Comité beneden de maat was:
33. The Committee recommends that the State party:
a. Ensure that article 9 (2) of the Convention is directly applied by courts and administrative authorities of the State party and consider withdrawing its appeal against the December 2025 judgement of the Hague District Court;

Betty de Hart, hoogleraar transnationale gezinnen en migratierecht aan de Vrije Universiteit Amsterdam schreef er een verblijfsblog over (juli 2026).