
Afgelopen vrijdag, 6 februari, vond de hoorzitting van het CEDAW Comité plaats. Tijdens deze sessie stelden de comitéleden vragen aan de Nederlandse regeringsdelegatie over de uitvoering van het VN Vrouwenverdrag, op volgorde van de artikelen. Het Netwerk VN-Vrouwenverdrag was aanwezig als publiek. In deze blog delen we momenten in de sessie die ons het meest opvielen.
Het Comité stelde scherpe vragen over de participatie van vrouwenrechtenorganisaties en over de structurele financiering van hun werk. Daarbij ging specifieke aandacht uit naar kleinere organisaties en naar organisaties die werken met gemarginaliseerde groepen vrouwen.
De regeringsdelegatie verwees vooral naar consultaties. Ngo’s geven juist aan dat hun betrokkenheid bij beleid steeds verder afneemt. Duurzame samenwerking vraagt om structurele inbedding in beleidsontwikkeling, uitvoering en evaluatie, en om meer dan incidentele consultatiemomenten.
Ook over structurele financiering kwamen vragen op tafel, evenals over het stopzetten van subsidies voor beleidsbeïnvloeding. Een inhoudelijke reactie bleef uit. Initiatieven zoals de vrouwenrechtswinkels worden door het ministerie van Justitie en Veiligheid gepresenteerd als succesverhalen, terwijl het initiatief daarvoor door het middenveld zelf is genomen en de financiering in feite tijdelijk en onzeker blijft. Daardoor komt de continuïteit van deze essentiële voorzieningen onder druk te staan.
Bij het thema harmful practices lag de nadruk in de overheidsreactie op meldingsbereidheid van slachtoffers en postercampagnes. Ngo’s onderstrepen juist het belang van preventieve en proactieve maatregelen door de overheid zelf.
Daarnaast bevroeg het comité de Nederlandse overheid over de aanpak van hate speech. De overheid gaf aan dat haatzaaiende uitlatingen strafbaar zijn. In de huidige wetgeving geldt dat voor bepaalde gronden zoals ras en handicap. Gender valt echter buiten de strafbaarstelling van groepsbelediging. Dit had in 2023 concrete gevolgen toen leden van een studentencorps grove en seksistische uitspraken over vrouwen deden, zonder juridische consequenties.
Ook discriminatie door de SGP, waarbij vrouwen nog steeds structureel worden ontmoedigd om zich verkiesbaar te stellen, kwam aan bod. In een brief van december 2025 erkent de overheid dat actie nodig is, terwijl verdere stappen worden doorgeschoven naar een volgend kabinet. De kern van het probleem ligt in partijbeginselen die vrouwen uitsluiten van volledige politieke participatie, onder meer door het regeerambt exclusief aan mannen toe te schrijven. Hier ligt een duidelijke verantwoordelijkheid voor de overheid om gelijke politieke rechten te waarborgen.
Een ander onderwerp waar het comité vragen over stelde was opvangplekken voor vrouwen. De overheid gaf aan dat het aanbod toereikend is “in de context van Nederland”. Uit de praktijk blijkt echter dat toegang vaak afhankelijk is van voorwaarden. Het Istanbul Verdrag vraagt om voldoende en toegankelijke opvang voor alle vrouwen. Implementatie van dit verdrag vraagt om volledige toepassing. In de praktijk pakken de huidige voorwaarden vooral nadelig uit voor ongedocumenteerde vrouwen en vrouwen met een onzekere verblijfsstatus.
De reactie van de overheid op de bescherming van intersekse kinderen stelde teleur: ondanks brede politieke en maatschappelijke steun voor een wettelijk verbod blijft de regering verwijzen naar onderzoek, terwijl concrete wetgeving en een tijdpad ontbreken.
Al met al bleef een gemengd gevoel achter: de antwoorden van de regering waren vaak vaag en lang waardoor er weinig tijd overbleef voor echte dialoog, wat de bijeenkomst teleurstellend maakte. Tegelijkertijd geven de scherpe vragen van het Comité vertrouwen in de uiteindelijke conclusies en aanbevelingen. Om bij te dragen aan een zorgvuldig en eerlijk beeld, hebben Linda en Petra zaterdag nog aanvullende informatie naar het Comité gestuurd op punten waar de antwoorden feitelijk onjuist waren.
We zijn blij dat we er voor jullie bij mochten wezen. Het was hard werken, maar zeker de moeite waard.
Mocht jullie dat nog niet gedaan hebben, zet 30 maart in je agenda. Dan hebben we een debriefing in Utrecht en spreken we de Conclusies en Aanbevelingen van CEDAW door.
Het delegatieteam,
Amber, Janna, Linda, Petra en Stephanie.
En dank aan Xan Koster van Ieder(in), Susan Leclerq van Femmes For Freedom en Nadia van de Linde van WO=MEN voor de prettige samenwerking!