Menu Sluiten

Nederland schendt artikel 9 VN-Vrouwenverdrag volgens Rechtbank Den Haag – de context

In een Nieuwsbericht van 12 januari 2026 meldde het Netwerk VN-Vrouwenverdrag het verheugende bericht dat Rechtbank Den Haag vlak voor kerst 2025 tot de conclusie was gekomen dat Nederland artikel 9 van het VN-Vrouwenverdrag had geschonden door het verzoek van eiser om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen had af te wijzen. Artikel 9 bepaalt dat vrouwen gelijke rechten als mannen hebben om een nationaliteit te verkrijgen, te behouden en door te geven aan hun kinderen.

De eiser is een man, die de Nederlandse nationaliteit niet verkreeg omdat zijn moeder destijds, bij zijn geboorte, zelf de Nederlandse nationaliteit niet bezat. Die had ze verloren door haar huwelijk met een Frans staatsburger, die na de onafhankelijkheid ook de nationaliteit van Madagasscar had verworven. De moeder had enige jaren later weliswaar de Nederlandse nationaliteit op aanvraag herkregen, maar daar was geen terugwerkende kracht aan verbonden.

Pas in 1985 trad in Nederland een wet in werking die Nederlandse moeders in staat stelde om hun nationaliteit door te geven aan hun kinderen – de Rijkswet op het Nederlanderschap. Voor die tijd was dit voorbehouden aan Nederlandse vader die hun kinderen automatisch het Nederlanderschap bezorgden. De uitspraak betreft dus vóór 1985 geboren kinderen van Nederlandse moeders met verloren Nederlandse nationaliteit.

Met de nieuwe wet, de Rijkswet op het Nederlanderschap, gaf de toenmalige regering uitvoering aan de internationale verplichtingen om man en vrouw gelijk te behandelen, maar niet volledig, zo is nu door Rechtbank Den Haag bevestigd. Al in 2006 wezen Betty de Hart, Hermie de Voer en Stans Goudsmit in een artikel in het NJB op de strijdigheid met het VN-Vrouwenverdrag: Latente Nederlanders: Discriminatie van Nederlandse moeders in het nationaliteitsrecht (in de literatuurrubriek in de kennisbank geplaatst. En zij verwijzen weer naar eerdere publicaties.

Het loont dus om te procederen met een beroep op het VN-Vrouwenverdrag. Dan moet wel een ‘slachtoffer’ opstaan en bereid en in staat zijn te procederen en een advocaat vinden die voldoende kennis heeft van (de jurisprudentie inzake) het VN-Vrouwenverdrag en hopelijk ook van wetenschappelijk publicaties, zoals die van Betty de Hart c.s. Of belangenorganisaties moeten actief op zoek gaan naar ‘slachtoffers’ die bereid zijn hun casus in te zetten voor een proefproces.

De Haagse rechters wezen in hun uitspraak op de vaste rechtspraak over de rechtstreekse werking van het VN-Vrouwenverdrag onder verwijzing in een noot naar de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) uit april 2017 (ECLI:NL:CRVB:2017:2461).
Hoe die tot stand kwam beschreef ik in Eindelijk ’n uitkering? Met dank aan het VN-Vrouwenverdrag. Het verhaal van 15 jaar procederen, actie en lobby voor de uitkeringsrechten van zwangere zelfstandigen.[1] In het slothoofdstuk maakte ik de balans op en telde “onze zegeningen:
1. Aan een bepaling van het VN-Vrouwenverdrag is rechtstreekse werking toegekend door een van de vier hoogste rechtscolleges in Nederland, de Centrale Raad van Beroep;”. Er volgden nog drie zegeningen. Waarna ik wel de kanttekening plaatste dat het bij de zwangerschapsuitkering van de zelfstandigen ging om art. 11 lid 2 aanhef en onder b VN-Vrouwenverdrag en dat daarmee niet gezegd is dat dit voortaan ook voor alle bepalingen van het Vrouwenverdrag geldt. “Wel kunnen advocaten namens rechtszoekenden in andere kwesties proberen een analoge argumentatie te ontwikkelen en daarbij deze uitspraak van de CRVB aanhalen.”
Dat lijkt advocaat Flip Jansen voor zijn cliënt gedaan te hebben, met succes: ook aan artikel 9 Vrouwenverdrag is nu rechtstreekse werking toegekend.

De termijn voor hoger beroep bij de Raad van State door de minister verloopt op de dag vóór het CEDAW-Comité in sessie 92 in Genève de Constructieve Dialoog houdt met een afvaardiging van de Nederlandse regering: 6 februari. Wat zou het mooi zijn als de regeringsdelegatie in Genève zou aan CEDAW zou vertellen geen hoger beroep in te stellen omdat de uitspraak van Rechtbank Den Haag glashelder is.

Afgaande op de ervaring in het verleden vrees ik dat dit ijdele hoop is. De Nederlandse regering heeft een lange en, wat mij betreft, twijfelachtige reputatie van tegen beter weten in hoger beroep aantekenen als het om internationaal rechtelijke uitspraken gaat. Zie ook bovengenoemd boek. Vaak ook probeert de Nederlandse regering aan te sturen op niet-ontvankelijkheid van eiser, zeker als die via een individuele klacht bij een verdragscomité terecht komt.[2]

Dat zou ook kunnen gebeuren als er wel hoger beroep wordt aangetekend en de Minister onverhoopt de Raad van State aan zijn zijde vindt.
Nederland zou dan kunnen gaan aanvoeren dat een man (zoals eiser) geen rechten kan ontlenen aan het VN-Vrouwenverdrag. Dat kan echter wel degelijk: als een man het slachtoffer is van discriminatie van zijn moeder. Ook CEDAW zelf heeft dit in februari 2022 een individuele klachtuitspraak tegen Canada bevestigd ( CEDAW/C/81/D/68/2014). Het ging daarin om “Entitlement to Indian Status as First Nations descendants in the maternal line (discrimination)”.
Of Nederland zou kunnen gaan aanvoeren dat de discriminatie van de moeder plaatsvond lang voordat het VN-Vrouwenverdrag tot stand kwam(1979) of in werking trad (1981), door Nederland geratificeerd (1991)of voor ratificatie van het Individueel Klachtprotocol door Nederland (2002). In zijn algemeenheid kan dat een reden voor niet-ontvankelijkheid zijn. In dit geval is dat niet aan de orde omdat de gevolgen van de discriminatie zo lang voortduren. Dat was ook het geval , net als in de hierboven aangehaalde zaak uit Canada.
Kortom: deze (uit)vluchtwegen zijn onbegaanbaar.

Laten we hopen dat de Minister in deze kwestie het internationaal recht laat prevaleren, niet in hoger beroep gaat en spoedig de reparatiewetgeving ter hand neemt. Mocht dit ijdele hoop blijken dan is te hopen dat eiser zijn gelijk krijgt bij de Raad van State en als dat niet lukt bij CEDAW. Zolang procederen als door de zwangere zelfstandigen is waarschijnlijk niet nodig (dertien jaar). Met dank aan de vaste rechtspraak die zij hebben bewerkstelligd!

Leontine Bijleveld
voorzitter Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann


[1] Vereniging voor Vrouw en Recht Clara Wichmann, Leiden 2022. ISBN 978-90-79931-125 (in druk) 140 p

[2] Nederland is niet de enige State Party die dergelijke strategieën hanteert.